OrganisatieDoelgroep en aanbodAanmeldingVacatures / StagesSponsoring
Begeleidingstehuis SJB >> Organisatie >> Werking


Opdrachtverklaring

Werking

Contact

Leidende principes bij het dagelijkse handelen/denken zijn het geloof in de mogelijkheden van de minder¬jarige en zijn context, de bereidheid tot het geven van nieuwe kansen, en het gericht zijn op het vergroten van het zelfbeschikkingsvermogen; het onvoor¬waardelijk respect voor hun ideologie en afkomst, het handhaven van morele waarden als eer¬lijk¬heid, respect voor zichzelf en de ander, geweldloosheid, recht¬vaardigheid en billijkheid. De basis van het hulpverleningsproces is de minderjarige, zijn context en zijn relevante omgeving en wordt in eerste instantie gedragen door de medewerkers die het dichtst bij de minderjarige staan.


Vernieuwde werking en methodologie

We beogen een residentiële werking op te zetten die faciliterend is naar het hulpverleningsproces. Niet de (infra)structuur (leefgroep, studio, ….) waar een kind in terecht komt bepaalt de hulpverlening. Het bijzondere van een residentiële plaats is het bed. Vanuit de zorgvraag wordt rond dat bed de hulpvraag gebouwd. In het opnamebeleid zal dus niet langer de criteria van sekse, leeftijd of evenwicht in leefgroep,… een rol spelen. Tevens willen we via een sterk samenwerkingsverband (met vzw Apart, vzw de Tandem, vzw Hadron en vzw CaB, allen BJB voorzieningen uit, Gent) trajecten mogelijk maken tussen residentie, thuisbegeleiding en dagcentra, voor alle leeftijden, problematieken, tijdelijke situaties. Een fusie wordt op dit ogenblik onderzocht vanuit de Raden van Bestuur. Daar waar een residentieel bed nodig blijft, willen we ons verder ontwikkelen om residentieel werk sterker te combineren met ambulante interventies, met steeds dezelfde doelstelling : een kind zo vlug als mogelijk terug te integreren in zijn eigen natuurlijk milieu of een milieu dat een meer gezin-benaderende zorg kan bieden als onthaal- of pleeggezinnen.

De werkvormen van het Centrum voor Integrale Jeugd- en Gezinszorg, gebaseerd op de visie van de ‘totale kindzorg’ van de ‘totale kindzorg’ zijn : verblijf, gezinsbegeleiding, gezinsondersteuning.

a. Verblijf

Het residentieel bed willen we op drie verschillende manieren invullen. Vooreerst heb je het bed dat gekoppeld is aan een leefeenheid. Vaak omdat ouders niet over de infrastructurele mogelijkheden beschikken of de draagkracht (nog) niet hebben om hun kinderen permanent op te vangen, of omdat het onverantwoord zou zijn kinderen bij hun ouders te laten verblijven, etc... Het tweede bed is voor die kinderen (jongeren) waarbij vermoedelijk het traject naar verzelfstandiging moet ingezet worden rekening houdend met het feit dat ouders hier maar een beperkt vangnet zullen zijn. Het derde is het bed dat er is vanuit zijn basisfunctie (bed, bad , brood) waarbij onmiddellijke interventie van de hulpverlener wordt aangesproken, waarbij deze zich voornamelijk toespitst op rechtstreekse contextbegeleiding, maar waarbij een bed noodzakelijk is om in tijden van weinig draagkracht van ouders, leefgroep, netwerk, ..; bijstand te kunnen verlenen. De jonge aanstaande ouders krijgen hier naast een algemene pedagogische structuur in de leefgroep een individuele begeleiding aangeboden met bijzondere aandacht voor het aanleren van verzorgings-en omgangsvaardigheden met hun kind.

De leefgroep

Naar de toekomst willen we in de leefgroep, naast de onder vermelde processen die zich in een leefgroep voordoen en gehanteerd worden in het ontwikkelingsproces van jongeren, ook meer aandacht hebben voor de bijzondere (soms zeer complexe) problematieken van de jongeren zelf. Gelijk bepaalt de centrale wachtlijst, straks de toegangspoort, mee de wisseling in de verhoudingen in de leefgroep. We willen blijven kiezen voor verticale leefgroepen, maar om bovenstaande redenen in één of meerdere, korte of langere dagdelen, aandacht hebben naar horizontale benadering van één of meerdere jongeren over de leefgroepen heen. Bv kan het zijn dat je meerdere jongeren in je leefgroep krijgt die vanuit hun gedrag bijzonder zwaar wegen op de groep en zijn dynamiek. Door af en toe voor deze jongeren een aparte opvang te voorzien (bv een snoezel-moment, ..) wordt de dynamiek in de leefgroep wat bijgesteld naar zij die wat minder aandacht kregen en voor de gedrag problematische jongeren wat specifieke zorg. Zo ook kan er, als er wat meer kleuters zijn over de drie leefgroepen heen, een extra moment ingelast worden alleen voor de kleuters uit alle drie de leefgroepen. Dit laat ons toe mee te bewegen met de wisselingen in de zorgvraag.

Om diverse redenen is de leefgroep een belangrijk werkmiddel in handen van het begeleidersteam, niet in het minst omdat de minderjarigen er een aanzienlijk deel van hun tijd doorbrengen maar ook in functie van socialisatie. Daarom is een voldoende mate van orde, rust en gezelligheid in dit cruciale decor een noodzakelijke voorwaarde voor een goede werking van de voorziening. De geregelde gesprekken van de begeleiders met de leefgroep zijn dan ook van groot belang. Afhankelijk van de noodzaak kunnen dit gesprekken zijn van de begeleider(s) met dienst en (een deel van) de leefgroep, of gesprekken waarop alle begeleiders en alle groepsleden aanwezig zijn.

Het bijbrengen van een open stijl van communiceren is hierbij onontbeerlijk (luisteren naar de ander, zin voor compromissen aan de dag leggen, enz...)

Het leven in leefgroep brengt de verplichting mee tot het maken van groepsafspraken en het aanbrengen van structuur in de tijdsbesteding. Voor een groot percentage van onze doel¬groep, dat blootgesteld werd aan pedagogische verwenning (gebrekkig aanbod aan normen en inconsequente omgang met beloning en straf), brengt de voorspelbaarheid van het dagelijks tijdsgebruik en de duidelijkheid van wat (de consequentie van) (on)gewenst gedrag is, een grote mate van rust en veiligheid. Ook kinderen en jongeren met een zwakke ik-functie hebben minder moeite met het zich conformeren aan afspraken die evenzeer voor de andere groepsleden gelden, gezien ze niet als een dwingend persoonlijk appèl, dan wel als inherent aan het leven in groep ervaren worden. Bij opname krijgen de minderjarigen de groepsafspraken op papier. Geregeld worden ze in de groepsgesprekken opgefrist.

Naast duidelijkheid en voorspelbaarheid draagt het tot stand brengen en onderhouden van een gezonde, accepterende en coöperatieve sfeer in de leefgroep bij tot het realiseren van de handelingsplannen. Daartoe hebben de begeleiders een model- en corrigerende functie.

Een ander belangrijk aspect van de leefgroep als werkingsmiddel is het hanteren van groepsdynamische processen. De minderjarigen staan model voor mekaar, geven mekaar feedback, staan mekaar bij of werken mekaar tegen. Het is een cruciale opdracht van de begeleiders oog te hebben voor de gebeurtenissen en verhoudingen in de leefgroep, om ze te kunnen aanwenden als groei stimulerend element. Dit gebeurt onder de vorm van onmiddellijke interventies in de leefgroep, een individueel gesprek, een groepsgesprek.

Als omgeving waarin zelfstandigheidstraining zich afspeelt is de leefgroep een referentiekader voor wat op welke leeftijd van de minderjarigen verwacht wordt. De minderjarigen die al te vroeg tot volwassen taken geroepen werden in hun natuurlijk milieu, krijgen nu de kans volgens hun leeftijd te functio¬neren. Slachtoffers van verwenning worden opnieuw voor hun eigen aandeel in handelen/denken en voor hun verantwoordelijkheid geplaatst. Daarbij komt dat het "natuurlijk leren" door doen in de leefgroep, allicht meer beklijft dan een individueel trainings¬programma vermag. De minderjarigen worden in de leefgroep actief betrokken bij huishoudelijke taken. Geleidelijk groeit hun aandeel in de verantwoordelijkheid voor hun eigen was, strijk, onderhoud van de kamer, enz...

Er bestaat een algemene richtlijn over op welke leeftijd welke verantwoordelijkheid kan worden opgenomen, maar de draagkracht van de minderjarige op het vlak van opnemen van verantwoordelijkheid en het omgaan met afspraken blijft een zeer belangrijke factor. Bij het (leren) omgaan met toenemende verzelfstandiging dient het begeleidingsteam rekening te houden met de verantwoordelijkheid van de voorziening t.a.v. de minderjarige, maar ook met de noodzaak om de jongere te laten experimenteren en geleidelijk te laten loskomen van de beschermende leefgroep. Het maken van duidelijke afspraken met de minderjarige en discrete controle op de naleving ervan zijn hier een noodzaak.

Er wordt gepoogd corrigerende bijsturing zo dicht mogelijk te laten aansluiten bij de gebeurtenis die er aanleiding toe was, zowel inhoudelijk als in tijd. Consequentie en een degelijke coördinatie van het optreden van de teamleden zijn belangrijke voorwaarden.

Het individueel woonproject

‘Totale kindzorg’ met aandacht voor specifieke ontwikkelingen of noden in de doelgroep vraagt veel energie in een verticale structuur. Kiezen voor een aparte woonvorm met ondersteunende begeleiding geeft meer mogelijkheden voor zowel het verzelfstandigings- als het groepsproces. Voor alleenstaand ouders beoogt het een geïndividualiseerde en integrale begeleiding van het gezin in een zo natuurlijk mogelijke omgeving.

Naast een leefgroep moet het ook mogelijk zijn dat een minderjarige/jongvolwassene zich in een meer zelfstandige vorm van wonen kan ontwikkelen. Het zal immers niet altijd mogelijk zijn dat een jongere zijn weg naar de maatschappij terugvindt via zijn context (wees, contactbreuk, …). Uitgangspunt hierbij is het vermogen en maturiteit van een minderjarige en de aanwezige beschikbare woonfaciliteit. De begeleiding blijft evenwel opgenomen vanuit hetzelfde team dat de leefgroep aanstuurde van waaruit de minderjarig zich verder ontwikkelt.

Dit kan slechts vanaf de leeftijd van 15 jaar. De leeftijd is hier niet louter indicatief. Op basis van de evolutieverslagen en de verwachtingen van minderjarigen/jongvolwassene, hun directe omgeving, en zo aanwezig de consulent, wordt bekeken in een team in samenspraak met orthopedagoog/psycholoog en maatschappelijk assistent, of de minderjarige/jongvolwassene voldoende basis heeft opgebouwd om zelfstandiger te kunnen functioneren en of de vraag naar meer zelfstandigheid in overeenstemming is met het ontwikkelingspatroon van betrokken minderjarige.

Het individueel woonproject is een proces van een zelfstandige woonvorm gekoppeld aan de leefgroep (studio-wonen), tot volledig zelfstandig wonen (Begeleid Zelfstandig Wonen) in eigen beheer. Tussenstap is ‘wonen in de straat’=”huis aan de overkant”. Een gehuurde woning, eigendom van en in de buurt van de voorziening, met het oog op totale verzelfstandiging.

Het individueel woontraject kan ook gegaan worden zonder dat er noodzakelijk een aansluiting op de leefgroep moet zijn. M.a.w. een begeleiding kan ook opgestart worden op directe vraag. Dit zal vnl. van toepassing zijn bij aanmelding van (aanstaande) tienermoeders.

De jongvolwassene/(aanstaande) staan zelf in voor hun huishouden en krijgen hierbij zo nodig ondersteuning. Zij behouden een eigen financieel budget. De zelfredzaamheidstraining wordt op diverse terreinen uitgebouwd. Binnen de privé-sfeer van de studio is bezoek mogelijk van de partner, familie en vrienden. Tevens worden er recreatieve en vormende groepsactiviteiten georganiseerd.

Multifunctionele bedden

Instroombeperkingen (draagkracht teams, juiste leeftijd of sekse,…), tijdelijke acute situaties(plots overlijden van partner, echtscheiding, detentie,..) ; draagkracht, infrastructurele of financiële belemmeringen bij gezinnen voeren de vraag op naar hulpverlening. Extra residentiële bedden creëren zijn allicht in een mum van tijd opgevuld. Hier willen we met een flexibel bed met aansluitend meerdere mogelijke interventies met zeer contextuele bindingen antwoord in bieden.

We willen directer op concrete vragen kunnen inspelen waarbij minimaal een (tijdelijke) bed noodzakelijk is. Van daaruit kan onmiddellijk een hulpverlening opgestart worden, eventueel, zo noodzakelijk, in afwachting van een vrijgekomen residentieel bed, welk een permanentere hulpverlening vraagt. Hier zal dan meer ingezet worden op de contextbegeleiding. Middels onze ervaringen in het OCO (zie verder), en de flexibele normtoepassing vanuit de leefgroep hebben we een eigen methodologie opgebouwd die het werken met ouders op een andere manier mogelijk maakt. De bedfunctie kan dan maximaal ingezet worden voor crisis, assessment, time-out, onthaal,…Door een versnelde interventie menen we ook preventiever te kunnen gaan inspelen op de ontwikkeling van een dysfunctie in het gezin. Vooral bij de doelgroep van gezinnen met jonge kinderen lijkt ons dit een beter alternatief dan onmiddellijk een verblijf in een residentie waarbij ouders de kracht en de hoop verliezen. Tevens komen er vaak jonge/plots ontwrichtte gezinnen/ouder(s) in een tijdelijke doelloosheid waarbij de maatschappij uit zorg voor de kinderen kiest voor de meest ingrijpende hulpverlening, de residentie. Daar het vaak wachten is op een dergelijk beschikbaar bed wordt de situatie alleen maar hopelozer. Hierop willen we anticiperen door de drie sterktes van dagcentra, thuisbegeleiding en residentie met elkaar te koppelen in één hulpverleningstraject.

b. Gezinsbegeleiding/gezinsondersteuning (contextbegeleiding vanuit de visie “totale kindzorg”)

Gezinsgericht werken kan eigenlijk niet als een apart hoofd¬stuk gezien worden, los van de dagelijkse werking. Eén van de noodzakelijke kwaliteiten van goed functioneren is precies het respecteren van het feit dat de minderjarige/jongvolwassene door zijn aan¬wezigheid in de leefgroep of individueel woontraject, zijn milieu van herkomst aanwezig stelt. In het bijzonder voor de (aanstaande) tienermoeders moet nagegaan worden hoe moeder en kind een realistisch toekomstperspectief kan uitbouwen binnen het contextueel netwerk van ouders, partner, familie, vrienden en school/werk.

Hieronder volgt een overzicht van de wijze waarop de voorziening dit in praktijk brengt.

Gezinsbegeleiding verbonden aan de residentie

De minderjarigen/jongvolwassenen komen meestal uit multi-problem gezinnen, die kampen met moeilijkheden op verschillende ter¬reinen : onkunde op opvoed¬kundig vlak, financiële problemen, versla¬vingsproble¬ma¬tiek, mishandeling, verwaarlozing enz... De ouders worden sterk betrokken bij de opvoeding van hun kind in de voorziening. De contacten met het thuismilieu of met de familie worden waar mogelijk hersteld, onder¬hou¬den, bege¬leid en ondersteund. De ouders worden voortdurend geïnformeerd over de situatie en de evolutie wat betreft school, vrije tijd, gezondheidstoestand. Beslissingen op deze terreinen worden in samenspraak genomen. Ernstige gebeurtenissen zoals ziekte, ongeval worden dadelijk aan de ouders medegedeeld. Van (aanstaande) tienermoeders wordt verwacht dat ze zelf deze zorg gaan opbouwen. Een ander belangrijk uitgangspunt bij de omgang met het gezin is dat de verantwoordelijkheidszin van de ouders zoveel moge¬lijk aangewakkerd moet worden. Dit door ouders zelf te betrekken en zelf mee uit te laten voeren wat er afgesproken werd of bij dagdagelijkse opvoedingsgericht handelen (aanwezig zijn op oudercontact, afhalen/brengen van/naar school, toezicht huiswerk, begeleiden naar VT-activiteit of feestje,..) Waar mogelijk wordt gewerkt naar een terugkeer naar huis. Dat kan in verschillende fasen. Kortdurend verblijf thuis (in weekend, vakantiedag,…) tot langdurig onder toezicht en ondersteuning van individuele begeleider in samenspraak met de coachen, aan huis (flexibel traject). Het is voor alle betrokkenen zeer belangrijk dat duidelijk is welk perspectief nagestreefd wordt met de plaatsing. Daartoe zijn de regelmatige evaluatie momenten doorheen de verschillende fasen in de werking met de gezinnen zeer belang¬rijk.

Ambulante Gezinsbegeleiding

Kerndoel ligt in het vrijwaren of het herstel van de relaties en het vergroten van de relatiebekwaamheid binnen het gezin. Nu eens zullen de moeilijkheden in de ouder-kind relatie of pedagogische problemen op de voorgrond staan, dan weer zullen de conflicten in de partnerrelatie de meeste aandacht vragen. De aanpak van praktische problemen wordt in de begeleiding betrokken voor zover zij samenhangen met opvoedings- of relatieproblemen. De problemen die het gezin zelf ervaart, vormen de invalshoek van de begeleiding. Het gezin en de gezinsleden blijven de eerste verantwoordelijken over hun welzijn. Het begeleidingsplan wordt afgestemd om de hulpvraag van het gezin als geheel en op de belangen van elk gezinslid apart. Meerzijdige partijdigheid is een basishouding : de gevolgen van de begeleiding voor alle gezinsleden wordt in acht genomen. De begeleiding bestaat niet alleen uit “praten over”, maar is ook “doe-gericht”. Daarom vinden de begeleidingsmomenten in het gezin plaats. Uitzonderlijk kunnen gesprekken doorgaan in het Centrum voor Integrale Jeugd- en Gezinszorg.

Gezinsondersteuning

Gezinsondersteuning is in een residentiële voorziening een moeilijke maar niet weg te denken opdracht. Tijdens het verblijf van de minderjarige/jongvolwassene moet een begeleider(s)team zich steeds afvragen wat de ouder(s) nog kan/kunnen doen en wat ze nodig zouden hebben om het opvoedingsproces van hun kind (terug) in handen te kunnen nemen. Belangrijk hierbij is om uit te gaan van hoe de context dit zelf aanvoelen en onder woorden brengen. Ondersteuning moet aansturen op het herwaarderen van elk gezinslid, op het (her)aanleren van pedagogische vaardigheden, op het aansterken/herstel ven relaties of gewoon om kinderen en ouders, broers en zussen terug samen te brengen. In eerste instantie wordt er gefocust op de minderjarige/jongvolwassene en zijn ouders en broers en zussen. Maar het kan evenzeer een sterk betrokken oom of tante zijn. Of bevriend koppel. Hiertoe werd een ondersteuningscentrum opgericht naast de gewone dagdagelijkse residentiële werking : het OCO (ondersteuningscentrum voor Ouders)

Ontstaan:

- Binnen de residentiële werking wilden we meer plaats geven aan de ouders.

- Er werd een antwoord gezocht op de nood om ouders een concrete plaats te geven bij de opvoeding van hun geplaatste kind.

- Betrokkenheid moet zich uiten in reëel contact.

- De positie (verantwoordelijkheid) en inspanning (het belang en betekenis van de relatie met en voor het kind) van ouders moet zichtbaarder zijn.

- Indien mogelijk concreet werken aan het verhogen van de slaagkansen voor een terugkeer naar huis.

- OCO kan een antwoord zijn voor de nood aan meer integrale gezinszorg, aandacht voor hechting (ouder-kind) en ondersteuning bij het (her)opnemen van de ouderrol en de relatie ouder-kind.

- Residentiële plaatsing brengt vaak extra problemen met zich mee, door het feit dat de afstand ouder-kind groter wordt, de relatie onder druk komt te staan en deels gebroken is. Zeker wanneer de jeugdrechter beslist dat het kind (om gelijk welke reden) tijdelijk niet naar huis kan. We zochten om in deze context toch een ouder-kind relatie te blijven behouden, mét het opnemen van zorg voor het kind.

Belangrijke verschillen met het ‘gewone’ residentiële aanbod:

- Het OCO is gevestigd in een gewoon huis, dit zorgt er voor dat het ‘samenleven’ zich dan ook in een gewone leefomgeving afspeelt tussen ouders en kind.

- Er is geen leefgroep, de ruimtes zijn zo dat ouders alleen met hun kind concrete zaken kunnen doen die ook in een gewone gezinssituatie doorgaan: koken, samen eten, opruimen, spelen, TV kijken, in bed gaan steken (dat is dan weer in de residentie).

- De tijd in het OCO wordt door de ouders, samen met het kind, zelf ingevuld.

- Het kind verblijft er enkel met de ouders, los van de andere kinderen uit de leefgroep.

- De ouder neemt concrete taken op voor het kind en niet de begeleider van de instelling. Zo kan de ouder werken aan zaken die door de plaatsing onmogelijk gemaakt worden.

- De ouder stapt in een ‘leerproces’ dat volledig draait rond de ouderrol: dit kan zowel gaan over praktische taken als over de emotionele relatie (hechting).

- Waar in de residentie beslissingen vaak door het team (of door de bestaande regels) genomen worden, ligt nu een beslissing terug in handen van de ouders (bv. wat gaan we eten, hoe verloopt het tijdens de maaltijd, hoe ga ik om met drukte aan tafel, ….).

- Deze aanpak verhindert dat onze regels (deze van de hulpverleners) hun regel of na te streven norm wordt. Vermits men vertrekt van de concrete uitvoering van taken die in een gezin opgenomen worden, werkt men op de manier die de ouder zelf volgt.

- Moeilijkheden die ouders ondervinden tijdens het uitvoeren van taken (met of voor hun kind) kunnen besproken en ondersteund worden zodat er een vooruitgang kan zijn.

- Het OCO werkt op vraag van de ouders, dit is een sterk motiverende factor om inderdaad samen doelen te stellen en hieraan te werken. - De begeleiding is meer een aanwezigheid tijdens het samenzijn ouder/kind. Het is geen praatsessie over wat fout loop en waaraan dient gewerkt te worden volgens de hulpverlening.

- Het is een (bij wijlen therapeutisch) aanbod dat zijn ingang vindt via het samen dingen doen in functie van het kind. Ouders stellen hier zelf de vraag om verder te gaan dan het ‘gewone’ aanbod via het signaal dat ze willen werken aan hun ouder-zijn.

- Ouders die in het OCO zitten zien ook elkaar en geven elkaar tips, steunen elkaar en leren van elkaar.

Proces:

- Iedere ouder wordt op de hoogte gesteld van de mogelijkheden van het OCO.

- Bij een vraag gaat er een gesprek door met de jongere en de ouders. De inhoud van deze gesprekken worden sterk bepaald door de ouders. Men polst naar de vragen, verwachtingen en doelen die de ouders zich stellen. Deze kunnen heel verschillend zijn (en dat mag), gaande van: ‘ik wil in het OCO de kans krijgen samen met mijn kinderen de ‘gewone’ dingen te doen, want thuis lukt dat niet of kan dat niet’ tot ‘ik wil het naar huis komen voorbereiden ….’

- Er wordt gesproken over de betrokkenheid die er is, de mogelijkheden die er zijn en wat kan opgenomen worden in het OCO.

- Het is de keuze van de ouders of men in het aanbod instapt en hoe ver men gaat in de begeleiding/ondersteuning.

- Het samenwerken met ouders en kind verloopt in een aparte ruimte (huis) los van de residentie. De ouders gaan zelf hun kind afhalen in de leefgroep en brengen het kind daarna terug.

- Na elk moment samen wordt gekeken wat goed liep, wat niet lukte en wat men kan meenemen naar huis hieruit.

Het aanbod staat los van de residentie maar loopt tot hiertoe enkel voor gezinnen die een kind in de residentie hebben. Het past in de visie rond ‘totale kindzorg’ waar zorg voor het kind ook zorg voor de ouders en de relatie tussen beiden, betekent.

Dit aanbod betekent voor de ouders dat ze ondanks hun situatie (in de onmogelijkheid zijn om een gezin te vormen) toch betekenis hebben voor hun kind. Er is concrete zorg (verzorging) van het kind die door de ouder opgepakt wordt.

Hoofddoel is het opvoedingsproces (terug) op gang trekken, ook al kan het kind niet thuis verblijven. Op die manier krijgt iedere ouder de kans ouder te zijn, ook al is het beperkt en onder begeleiding. Op die manier maakt ook iedere ouder duidelijk hoe hij/zij de opvoeding invult. Daar waar het botste en moeilijk gaat kan men de ondersteuning van de begeleiders inroepen en later stilstaan bij deze spanningen. Men kan verwoorden waar men botst, doordat men bij deze aanpak ook de kans krijgt om te botsen.

Gaandeweg botsen ouders op hun moeilijkheden, op hun zelfbeeld, op hun denkpatronen (al of niet bepaald door de verwachtingen van de omgeving). Hiermee wordt omgegaan wanneer het zich voordoet. Bv. een ouder die afbelt omdat het te druk is door ‘het werk’ wordt gewezen op het feit dat dit erbij hoort, dat dit ook in andere gezinnen zo loopt. Men kan vandaaruit het gesprek aangaan op welke manier de ouder met deze stress zal omgaan (als men de kinderen terug thuis wil). Tijdens het verblijf in het OCO tracht men zaken te installeren die overgenomen kunnen worden in de thuissituatie.

Het aanbod kan verschillende verwachtingen inlossen, het is niet afhankelijk van een vaststaand doel (bv. terug naar huis gaan). Ouders kunnen ouders zijn, dàt is het streven. Dit zowel voor ouders waarbij het kind niet naar huis kan als voor ouders die het nooit eens waren met de plaatsing. Appelleren aan de opvoedingstaak van de ouders is hier dé sterkte. Tevens gaat er een gezinsmoment door, eventueel samen met broers en zussen die steeds mee mogen komen, wat de hulpverlener even op de achtergrond plaatst.

Grote meerwaarde van dit proces is ook dat ouders de evolutie van hun kind zien en meemaken, ook al woont het niet thuis. Ouders beslissen mee, voeren mee uit, zijn dus een concrete schakel in het groeiproces van hun kind.

 Toekomstvisie met het oog op de integrale jeugdhulp

Vanuit de hedendaagse zorg werken we ook nauw samen met diensten als outreaching, DGGZ, CAW, kinderpsychiatrie…

 





Begeleidingstehuis SJB >> Organisatie >> Werking

Laatst gewijzigd:

9:28 - 22/02/2016


Kopierechten © 2008 - 2019 Begeleidingstehuis SJB - URL: begeleidingstehuis-sjb.be
Aangedreven door Web52 - Systeem informatie - Licentie

Aanmelden
Intranet